Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Raadsvergadering

donderdag 5 februari 2026

20:00 - 23:00
Locatie

Raadzaal van het gemeentehuis (Spiekersteeg 1) in Gieten

Voorzitter
A.W. Hiemstra

Uitzending

Agendapunten

  1. 1

    Besluit

    De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom. Er is een  afmelding van de heer Reinders.

  2. 2

    Besluit

    Besluit:
    De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

  3. 3

    Besluit

    De heer Nieboer spreekt in over agendapunt 9  namens dorpscoöperatie de Brug uit Gasselternijveen. Hij geeft aan dat de uitbreiding van het woningbestand wordt toegejuicht door het dorp.

  4. 4

    Besluit

    De volgende schriftelijke vragen zijn beantwoord:
    GL over prestatieafspraken woningcorporaties.




    Er zijn de volgende openstaande schriftelijke vragen:


    · Fractie GL: Over de brief van Vve Schipborg als reactie op het collegebesluit met pilot permanente bewoning.
    · Fractie GL: Cultuurpodium Gieten
    · Fractie GB: Woningbouw kaart Aa en Hunze


    Deze vragen worden zo spoedig mogelijk beantwoord.


    Vragenhalfuur
    Mevrouw Oortwijn heeft vragen gesteld voor het vragenhalfuur
    over de brugbediening van het Grevelingkanaal. Dit n.a.v. het collegebesluit van 20 januari jl. en schriftelijke vragen van 8 oktober 2025.

    1. Waarom zijn wij niet geïnformeerd over de uitkomst van de evaluatie en de vervolgstappen zoals toegezegd in de beantwoording van onze schriftelijke vragen van 8-10-25?
    2. Wat heeft u sinds de behandeling van de Bestuursrapportage 2025 gedaan om zoals gezegd - alles op alles te zetten- om de brugbediening op een andere manier te doen?
    3. Wat heeft het gesprek met de WPDA opgeleverd?
    4. Kunt u aangeven wat de resultaten zijn van het onderzoek naar " Wat we verder willen met de vaarroute"?

    Wethouder Heling geeft aan dat hij heeft gezocht naar oplossingen, ook is er overleg geweest met het WPDA.  Helaas heeft dit niet geleid tot een oplossing voor het vaarseizoen 2026. De gevraagde evaluatie wordt de raad toegezonden.
    Mevrouw Oortwijn vraagt of het probleem met de brugbediening niet kan worden opgelost door de inzet van vrijwilligers? Ook vraagt ze hoe dit wordt opgelost in Veendam en Stadskanaal? 
    Wethouder Heling komt hier op terug.

  5. 4.a
    Besluitvormend
  6. 5

    Besluit

    De besluitenlijsten worden ongewijzigd vastgesteld.

  7. 7

    Besluit

    Er wordt een amendement ingediend door 5 fracties (GB,VVD, GL, PvdA en CDA)
    Amendement raadsvoorstel ontwerp GR Perspectief GR&ND.


    De Gemeenteraad van Aa en Hunze, in vergadering bijeen op 5 februari 2026, inzake de behandeling GR Perspectief Groningen en Noord-Drenthe.
    Gelezen het raadsvoorstel van 5-2-2026 inzake de GR Perspectief Groningen en Noord-Drenthe
    Besluit;
    1. De in het raadsvoorstel genoemde zienswijze te onderschrijven;
    2. Deze zienswijze aan te vullen met de volgende punten;


    Mandaatregeling (artikelen 4c, 6.1.c, 13.6 en 16 d)
    • Het enkele feit dat de mogelijkheid van mandaat aan de werkorganisatie van de gemeenschappelijke regeling is opengelaten en ook mandaat of machtiging of volmacht aan andere organisaties dan de beoogde stichting mogelijk zijn, is niet voldoende. Zeker in geval er bestaande organisaties aan te wijzen zijn die daartoe bij uitstek geëquipeerd zijn en de uitvoering efficiënt en effectief ter hand kunnen nemen. Deze bestaande organisaties zouden ook expliciet kunnen worden benoemd in de toelichting bij de regeling. In het geval er geen bestaande uitvoeringsorganisatie is en een nieuwe (werk)organisatie moet worden ingericht, heeft het sterk de voorkeur dat deze door de GR wordt ingesteld en niet door de stichting of een andere organisatie die op afstand staat van de volksvertegenwoordigingen (aangezien deze niet vallen onder de actieve informatieplicht).
    • Essentieel is dat in de mandaatregeling van de gemeenschappelijke regeling als uitgangspunt wordt vastgelegd dat een voorbehoud wordt gemaakt voor politiek gevoelige of financieel omvangrijke en ingrijpende handelingen die niet in mandaat, of met een machtiging of volmacht verricht moeten kunnen worden. Dit moet een verantwoordelijkheid blijven van de GR.( en openstaan voor een zienswijzeprocedure


    Uitwerking Programma en plannen (artikel 7)
    • Het is van belang dat niet alleen in de gemeenschappelijke regeling specifiek is vastgelegd dat het bestuur van de GR de meerjarenplannen, jaarplannen, afwegingskaders en regelingen vaststelt, maar ook dat die plannen en regelingen zo specifiek mogelijk zijn. Daarbij zal altijd enige afwegingsruimte noodzakelijk zijn dus die moet ook worden geboden, maar dat hoeft niet in de weg te staan aan SMART geformuleerde plannen aangezien hier achteraf verantwoording over moet worden afgelegd.
    Actieve informatieplicht (artikel 9)
    Van belang is dat vóór de inwerkingtreding van de GR adequate afspraken worden gemaakt over de invulling van de actieve informatieplicht aan de volksvertegenwoordigingen. Dit moet een verantwoordelijkheid zijn van de GR en niet van de afzonderlijke deelnemende partijen in de GR of van de bestuurders in de GR met de eigen volksvertegenwoordigingen. Deze afspraken zijn nodig omdat de volksvertegenwoordigingen gelijktijdig en op gelijke wijze behoren te worden geïnformeerd willen zij hun controlerende rol goed in kunnen vullen en ook omdat de stichting en andere (uitvoerings)organisaties niet onder dezelfde actieve informatieplicht vallen.
    Zienswijze (artikel 10 en 25)
    Bij de afspraken over de zienswijzenprocedures zal geborgd moeten worden dat de volksvertegenwoordigingen hierin een actieve rol kunnen vervullen. Dat vraagt twee dingen; een langere zienswijzeperiode en de mogelijkheid van tenminste één zienswijze per zittingsperiode.
    1. Voor oprichting en wijziging van een gemeenschappelijke regeling geldt een wettelijke zienswijze termijn van 8 weken. Voor de zienswijze op de begroting is dat 12 weken. Er wordt op aangedrongen om voor het meerjarig uitvoeringsplan en voor de evaluatie eveneens een 12 weken zienswijze termijn vast te stellen.
    2. Het eerste meerjarenplan kent straks een looptijd van drie jaar. Daarna wordt het een vijfjarenplan. De evaluatie loopt hieraan parallel. Dit kan tot gevolg hebben dat in één zittingsperiode van een raad of staten/AB waterschap géén zienswijze wordt gevraagd over een meerjarenplan en evaluatie en de betreffende volksvertegenwoordigingen een belangrijk controle-instrument wordt ontzegd. Dit dient te worden voorkomen. Een optie is om de doorlooptijden vast te stellen op 3 jaar.


    Participatie (artikel 11)
    Het vormgeven van de participatie is nu een “kan” bepaling die ligt bij het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Van belang is enerzijds dat er een uitgewerkt participatieplan is opgenomen in het meerjarenplan en dat in de jaarplannen per afzonderlijk jaar een concrete uitwerking hiervan wordt opgenomen. Anderzijds is van belang dat de verantwoordelijkheid voor participatie bij het AB blijft liggen en niet bij de Stichting. Ongeacht waar de uitvoering is belegd, blijft de Gemeenschappelijke Regeling hiervoor eindverantwoordelijk. Andere organisaties dan de Stichting die onderdelen van de plannen uitvoeren, dienen eveneens te voldoen aan de participatie-eisen.
    Samenstelling Dagelijks Bestuur (artikel 12)
    Het Dagelijks Bestuur wordt aangewezen door het Algemeen Bestuur. Ook het aantal leden wordt door hen bepaald. Het is van belang dat er een waarborg komt voor een evenwichtige samenstelling waarin alle betrokken partijen zich herkennen.
    Stichting (artikel 16)
    • In de ontwerpregeling ontbreekt een toelichting op de samenstelling van het stichtingsbestuur, als het gaat om omvang, inrichting governance, voorzitterschap en de ondersteuning door een werkorganisatie. Ook is onduidelijk welke middelen de stichting zelf verkrijgt of zou kunnen verkrijgen. Zonder deze informatie en kennis van de inhoud van de (concept)statuten van de stichting is het niet mogelijk een goed beeld te krijgen van de exacte verdeling van alle rollen, taken en bevoegdheden binnen de governance. Dit is randvoorwaardelijk voor het verlenen van toestemming voor de GR. Daarom wordt erop aangedrongen deze informatie op te nemen in de reactienota op de zienswijzen en beschikbaar te stellen vóórdat de toestemmingsprocedure start.
    • Gelet op de stevige adviesrol van de stichting is het verder van belang dat criteria als objectiviteit en onpartijdigheid onderdeel zijn van de profielschets voor de selectie van de leden van het bestuur van de op te richten stichting.
    Evaluatie (artikel 25 en 10)
    • In de ontwerpregeling is de basis gelegd voor een evaluatie. Het is van belang dat de volksvertegenwoordigingen hierbij actief worden betrokken. Juist omdat die evaluatie niet alleen zal zien op de benodigde aanpassingen van de regeling zelf, maar belangrijker, ook op de uitvoering van het (eerste driejarig en daarna vijfjarig) meerjarenprogramma. Daarmee vormt de evaluatie een cruciale (eerste) toets op de werking van de gehele governance in de praktijk**.**Dit benadrukt nog eens het belang zoals verwoord onder zienswijze (tweede punt) om de evaluatie bijvoorbeeld elke 3 jaar uit te voeren.


    Toelichting
    In de toelichting is de passage opgenomen “De uitvoeringsstructuur voorziet erin dat de regionale overheden meebeslissen”. Vraag is hier wat het woord ‘meebeslissen’ inhoudt aangezien de regionale overheden in de GR beslissen en het Rijk agendalid is. Dit vraagt om een nadere uitleg.
    Sociale Agenda
    • Naar verwachting zal de governance van de sociale agenda vanaf 2027 klaar zijn en om de uitvoeringskosten van zowel de economische als sociale agenda zo laag mogelijk te houden lijkt het ons niet meer dan logisch dat beide agenda’s onder dezelfde gemeenschappelijke regeling gaan vallen. Hierdoor krijgen beide agenda’s ook samenhang en kan overlap worden voorkomen.


    En gaat over tot de orde van de dag.


    30-01-2026
    I. Oortwijn
    H. Rossingh
    F. Klein Langenhorst
    M.C. Neesen
    K.J. Stol
    Het amendement wordt unaniem aangenomen.
    Het geamendeerde voorstel wordt unaniem aangenomen**.*

  8. 8

    Besluit

    De ingekomen stukken worden ter kennisgeving aangenomen.

  9. 8.2

    Besluit

    De heer Klein Langenhorst stelt vragen over de verantwoordelijkheid van de overheid  bij de controle en handhaving van gewasbeschermingsmiddelen. In de stukken staat dat de provincie geen bevoegd gezag zou zijn, volgens hem klopt dit niet.  Portefeuillehouder Hiemstra zegt toe dit uit te zoeken.

  10. 8.3

  11. 8.a
    Opinierend
  12. 10

    Besluit

    Het agendapunt wordt opiniërend besproken. 
    Mevrouw van de Maas vraagt hoe het e depot werkt, waar worden de stukken opgeslagen, wie controleert deze software?
    Portefeuillehouder Hiemstra zegt toe dit na te vragen.


    Het onderwerp en komt ter besluitvorming  terug in de raad van 22 januari 2026

  13. 11

    Besluit

    Het ondewerp wordt opinierend besproken.
    De heer Fonk vraagt wat 'eeuwigdurend" betekent als de gemeente de begraafplaats over zou moeten nemen?
    Wethouder Berghuis komt hier op terug.


    Het agendapunt komt ter besluitvorming terug in de raad van 19 februari 2026.

  14. 12

    Besluit

    De voorzitter dankt de leden voor hun inbreng en sluit de vergadering.